Wat zijn transseksuelen?

Magnus Hirschfeld beschreef in 1910 als eerste de term ‘travestiet‘ voor personen die kleding van het andere geslacht dragen.
Hirschfeld, M. (1910). Die Transvestiten: eine Untersuchung über erotischen Verkleidungstrieb, mit umfrangreichem kasuistischem und historischem Material.

 

Hij populariseerde het woord ‘travestiet’ om die mensen te beschrijven die in een genderrol leven die niet overeenkomt met hun fysiognomie. Hij toonde tevens aan dat travestie voorkomt bij elke sekse en seksuele oriëntatie, een vooruitstrevende gedachte in die tijd (Devor, 1997: 30).


Het is ook Hirschfeld die in 1923 de term ‘transseksueel’ voor het eerst gebruikt (Hirschfeld, 1923:
Die intersexuelle konstitution. Jahrbuch für sexuelle Zwischenstufen(23), 3-27.


Zijn ideeën liepen voor op het gedachtegoed van Harry Benjamin (1966) en anderen die de transseksuele conditie in kaart brengen. Het onderscheid dat zo ontstond tussen cross-dressing, cross-gender identificatie en homoseksualiteit was voor Hirschfeld en Havelock Ellis belangrijk om homoseksualiteit te normaliseren (King, 1996; Weeks, 2000).


De term transseksueel werd in 1949 gebruikt door David O. Cauldwell (1897-1959) voor “een persoon die zichzelf beschouwt als behorende tot de andere sekse en ook de behoefte heeft dit gevoel te vertalen naar de realiteit.” (Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Transseksueel)


Transseksuelen hebben het gevoel hebben in een verkeerd lichaam te zitten. Zij voelen zich vrouw, maar hebben de lichamelijke kenmerken van een man (of omgekeerd: zij voelen zich man maar hebben de lichaamskenmerken van een vrouw).


De term Transseksualiteit is feitelijk geen juiste benaming. Transseksualiteit heeft immers maar zijdelings te maken met seksualiteit, niets te maken met het geslacht van de mensen tot wie men zich aangetrokken voelt, maar alles met de eigen geslachtsidentiteit.


De term transseksueel ten wordt vaak ten onrechte gebruikt voor een persoon die de verandering al in zijn geheel heeft doorlopen en dus al de geslachtsverandering heeft ondergaan. Dit is in feite onjuist, omdat de persoon niet meer in de transgressie (overgang) zit van het ene naar het andere geslacht. Als de persoon de hele transgressie heeft doorlopen, wordt deze ex-transseksueel of gendereufoor genoemd, maar de personen in kwestie wensen veel liever te worden aangeduid met het geslacht waarmee ze zich identificeren:  vrouw resp. man.


De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) IV (1994) spreekt in plaats van transseksualiteit,  over geslachtsidentiteitsstoornis (genderdysforie).
Bij genderdysforie) bestaat er bij de persoon in kwestie een verschil  tussen de beleefde seksuele identiteit en de biologische seksuele identiteit. Hieruit volgt de wens in transitie te gaan naar het andere geslacht. Omdat genderdysforie in verschillende gradaties voorkomt zal echter niet iedere genderdysfore persoon de volledige transitie willen doorlopen.


Voorgesteld wordt in de opvolger van DSM-IV, DSM V dus en ICD10 Hoofdstuk V, om de term geslachtsidentiteitsstoornis te schrappen als psychische aandoening en gebruikt men liever de termen transvrouw en transman.


De signalen in een verkeerd lichaam te zitten (vroeger sprak men van “symptomen van transseksualiteit” als zou transseksualiteit een ziekte zijn) zijn vaak al op jongere leeftijd waar te nemen.


Jongens ontwikkelen bijvoorbeeld het idee dat het beter is geen penis en testes te hebben. Soms menen ze dat deze lichaamsdelen wel zullen verdwijnen of krijgen er een hekel aan. Ze hebben een afkeer van ruwe jongensspelletjes en spelen liever met meisjes.
Meisjes hebben het verlangen of de overtuiging een penis te krijgen. Ze willen geen borsten krijgen of menstrueren. Er kan een aversie tegen zittend urineren ontstaan. Het komt ook voor, dat ze zich verzetten tegen het dragen van typische meisjeskleding. Ze zijn minder geïnteresseerd in typische meisjesspelletjes en spelen bij voorkeur met jongens. Zowel jongens als meisjes experimenteren meer dan normaal met kleding die traditioneel bij de andere sekse past.
Bij adolescenten en volwassenen ontstaan verdergaande symptomen, zoals pogingen om primaire en secundaire geslachtskenmerken te verwijderen, dan wel te verkrijgen (bijvoorbeeld met hormoonkuren). Ook ontwikkelt zich vaak het gevoel in een 'verkeerd' lichaam te zitten. Als iemand daadwerkelijk lichamelijk wil overgaan tot de andere sekse door middel van een operatieve ingreep, spreekt men van transseksualiteit. Als iemand ernaar streeft kenmerken van beide geslachten te hebben, spreekt men van transgenderisme. Naast de geslachtsidentiteitsstoornis kunnen ook andere aandoeningen ontstaan, zoals depressie, angststoornissen of psychosomatische verschijnselen.
De diagnose is niet zo eenvoudig. Ten eerste wordt onderzocht of er sprake is van interseksualiteit of een psychische aandoening, bijvoorbeeld een stoornis van de lichaamsbeleving of schizofrenie. Ook moet worden uitgesloten dat de persoon alleen streeft naar de maatschappelijke voordelen die een andere sekse zou kunnen bieden, of een schijnoplossing voor niet-aanvaarde homoseksualiteit. Verder moet er sprake zijn van ernstig lijden en sociale problemen tussen de persoon en de omgeving. Aangezien het om een samenhangend pakket van problemen gaat, spreekt men in dit geval van een syndroom. Het hebben van een andere identiteit dan conventioneel wordt verwacht, is op zich niet voldoende om van een stoornis te spreken.

 

Uit hersenonderzoeken, verricht door Prof. dr. Dick Swaab, blijkt dat er in de hersenen in de hypothalamus een gedeelte is dat seksebepaald is en bij transseksuelen precies tegengesteld aan het biologische geslacht ontwikkeld is. (Dit gegeven is inmiddels in veel andere onderzoeken door andere onderzoekers bevestigd). Tegen deze uitleg wordt tegengeworpen dat er hersenen onderzocht zijn van transseksuelen die een hormoontherapie ondergaan. (Dit vermoeden - dat het iets te maken zou hebben met hormoontherapie - is al vrij lang achterhaald, maar blijft in dit soort publicaties "hangen").
Ook interessant in dit kader is de hypothese van Prof. Ramachandran, deze stelt dat er een blauwdruk van het lichaam aanwezig is in de hersenen. In het geval van genderdysforie dus een tegenovergestelde blauwdruk t.o.v. het lichamelijk uiterlijk dat er in werkelijkheid is ontstaan bij de geboorte.

 

bronnen

http://dbpedia.org/page/Transsexualism

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geslachtsidentiteitsstoornis

 

Literatuur:

http://www.continuum.nl/community/voorbij_de_seksetweedeling
http://en.wikipedia.org/wiki/David_Oliver_Cauldwell


1957

Transsexueel 1

 

 

 

 

 

 

 

The word "Transsexual" is coined by U.S. physician Harry Benjamin

1966
The Beaumont Society is founded. The Beaumont Society is a national self help body run by and for those who cross-dress or are transsexual.
Harry Benjamin publishes “The Transsexual Phenomenon.”  

1968
The International Olympic Committee tests chromosomes of athletes, and puts a stop to transsexuals competing.

28 juni 1969

Transsexueel 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

During a  routine bar raid on the Stonewall Inn in New York City's Greenwich Village, Transgender and gender nonconforming people are among those who resist arrest, thus inciting the “Stonewall Riots,” helping to ignite the modern day LGBT rights movement.